Naar hoofdinhoud
Een Nederlands huis bij schemer, met warm verlichte ramen en donkere zonnepanelen op het dak tegen een diepblauwe lucht.
Het licht gaat aan als de panelen klaar zijn. Die avondvraag is precies wat een thuisbatterij zou moeten bedienen — en wat de grens aan zijn opbrengst zet.Beeld — gegenereerd met AI, geen foto van een bestaande situatie
Batterijen vergeleken

Een thuisbatterij levert hoogstens € 851 per jaar op

De bovengrens van wat een batterij kan terugverdienen is de kostenstijging zelf. Die rekenden wij uit — vóór rendementsverlies, slijtage en rente.

Een thuisbatterij kan nooit meer opleveren dan wat je zonder batterij extra kwijt zou zijn. Voor de huishoudens die wij doorrekenden ligt dat tussen € 257 en € 851 per jaar. Dat is een bovengrens, geen opbrengst.

Het onderscheid is niet academisch. Wie met die bovengrens rekent, rekent met een apparaat dat niets verliest, nooit slijt en geen geld kost.

Waar die grens vandaan komt

Vanaf 2027 betaal je het leveringstarief over iedere afgenomen kilowattuur en krijg je de terugleververgoeding over wat het huis weer uit gaat. Zo'n accu verschuift teruglevering naar eigen gebruik, en elke kilowattuur die dat lukt is het verschil tussen die twee tarieven waard.

Meer dan het volume dat je vandaag saldeert kan hij niet verschuiven. Dat volume maal dat tariefverschil is precies de kostenstijging. Vandaar dat de twee getallen samenvallen.

Bij 3.500 kWh en 3 kWp ligt de grens op € 435 per jaar. Bij 5 kWp en 5.500 kWh op € 750. Het hoogste bedrag in onze reeks is € 851, bij 8 kWp en 6.000 kWh.

Lijngrafiek van de maximale jaarwinst van een thuisbatterij, uitgezet tegen het jaarverbruik, voor daken van 3, 5 en 8 kWp.
Het plafond, niet de opbrengst: de kostenstijging vanaf 2027 is het meeste dat een batterij ooit kan terughalen. · Grafiek: eigen berekening

Wat er van die grens afgaat

Drie dingen, en geen ervan is klein. Er komt minder uit een accu dan erin gaat. De bruikbare capaciteit loopt over de jaren terug. En het geld dat erin zit, staat nergens anders rente te maken.

Daar komt bij dat het maximum alleen wordt gehaald als hij dag in dag uit vol raakt en 's avonds weer leeg gaat. In december gebeurt geen van beide, en december telt gewoon mee in een jaarrendement.

Wij noemen hier geen aanschafprijs, want daar bestaat geen gecontroleerde publieke bron voor. Wel kun je je eigen situatie doorrekenen en de offerte daarnaast leggen. Het offertebedrag gedeeld door het bedrag uit de grafiek is de kortst denkbare terugverdientijd; de werkelijke is langer.

Twee gevallen waarin het niet uitkomt

Uit de reeks springt één patroon. Een klein dak boven een groot huishouden levert weinig terug en heeft dus weinig te verschuiven: bij 3 kWp en 6.000 kWh blijft de bovengrens op € 274 staan.

Een groot dak boven een klein huishouden heeft het omgekeerde probleem. Bij 8 kWp en 2.000 kWh gaat er 7.385 kWh het net op. Toch komt de grens niet verder dan € 257, want er is thuis te weinig vraag om die stroom 's avonds alsnog te gebruiken.

De vraag is dus niet hoe groot een batterij moet zijn. Het is hoeveel van je teruglevering je later op de dag nog kwijt kunt, en dat ligt vast voordat er iets aan de muur hangt.

Bronnen

Elk cijfer in dit artikel is herleidbaar tot een bron.

© 2026 Salderingsmonitor · Thomas van der BruggenDit artikel is opgesteld met AI-ondersteuning op basis van de genoemde brondata en vóór publicatie geredigeerd en gecontroleerd door Thomas van der Bruggen.